dissertatie

stem geven aan stille verhalen

INDISCHE NEDERLANDERS AAN HET WOORD DIE NA WOII ZIJN GEREPATRIEERD VANUIT NEDERLANDS-INDIË NAAR NEDERLAND

Stem Geven Aan Stille Verhalen: Indische Nederlanders aan het woord die na WOII zijn gerepatrieerd vanuit Nederlands-Indië naar Nederland.


Voor het boek worden alleen de kosten in rekening gebracht.

Indische Nederlanders aan het woord
MEER INZICHT, BEGRIP & VERBINDING

lekenpraatje

INLEIDING

Samen met prof. dr. Paul Chauvigny De Blot SJ Lic. Ph. heb ik de methodologie van zijn taaltheorie toegepast op dit onderzoek. Deze methodologie is een goede aanvulling op de storytellingtheorie van prof. dr. David Boje. De Blot maakt een onderscheid tussen primaire of gevoelstaal en secundaire of rationele taal. Dat heeft mij geholpen om de verhalen van de Indische Nederlanders beter te leren begrijpen. Daarnaast heb ik literatuurstudie gedaan.


Mijn grootouders hebben als jongvolwassenen in interneringskampen gezeten. Mijn opa heeft ook aan de Birma Spoorlijn gewerkt. In de Bersiapperiode zijn veel familieleden gedood door de permoeda’s, waaronder de ouders van mijn grootouders. Deze trauma’s en de gedwongen migratie naar Nederland heeft diepe sporen achtergelaten in onze familie.


Ik ben op zoek gegaan naar verhalen van andere Indische Nederlanders, want het is belangrijk om zo veel mogelijk van de geschiedenis zoals die toen was, geleefd en gevoeld te hebben. Al was dit streven bij voorbaat gedoemd om grotendeels te mislukken. Mensen met zo’n traumatische geschiedenis verbergen vaak hun diepste gevoelens. Ik hoopte als onderzoeker toegang tot die gevoelens te krijgen.


Daartoe heb ik het ©'Innerview-model’ ontwikkeld. Een geschikte manier daarbij om deze diverse lagen van gebeurtenissen naar boven te brengen en te onderzoeken, is storytelling. Ik vertrok vanuit de ervaringen van Indische Nederlanders tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.


Vervolgens bracht ik in kaart hoe de verhalen van de respondenten zijn gestructureerd. Ik kreeg inzicht in hoe de respondenten de werkelijkheid ervaren en hoe zij betekenis geven aan deze ervaringen. Deze betekenisgeving wordt uitgedrukt in taal. De (levens)ervaringen van mensen liggen besloten in hun levensverhalen.


Ik heb o.a. 21 diepte-interviews met respondenten gehouden in hun persoonlijke woonomgeving. Deze zijn op video opgenomen. De interviews zijn beperkt tot 21 respondenten. Dit is niet alleen vanwege het aantal overlevenden dat beperkt is in verband met hun hoge leeftijd, maar ook omdat in al die ervaringen steeds min of meer dezelfde verhalen werden verteld, zodat er verzadiging optrad.


Het onderzoeksmateriaal heb ik gepresenteerd aan de hand van 4 kerncasussen waarin de standpunten van de overheid en de Indische Nederlanders worden behandeld waarin duidelijk wordt dat de Nederlandse overheid zich uitdrukt in een secundaire of rationele taal en de Indische Nederlanders in een primaire of gevoelstaal. Doelstelling is het geven van een plaats aan storytelling in het wetenschappelijk onderzoek over het omgaan met gemarginaliseerde groepen. Door hierbij informatie te ontsluiten die via andere onderzoeksmethoden anders buiten het bereik van wetenschap en overheid c.q. beleidsmakers blijft. Daarom heb ik geluisterd naar de verhalen van deze gemarginaliseerde groep.


WETENSCHAPPELIJKE BIJDRAGE

De wetenschappelijke bijdrage is tweevoudig: de methodologie en de inhoudelijke bijdrage aan migratie & integratie studies. Zoals eerder aangegeven heb ik het ‘Innerview-model’ ontwikkeld. Dit is een combinatie van vrije en diepte-interviews, waarin centraal staat hoe mensen reflecteren over hoe zij zelf hun wereld hebben beleefd, inclusief de aandacht die zij voor hun leven vanuit derden en de overheid hebben ervaren.


©INNERVIEW-MODEL

Dit model gaat uit van het principe dat hoe kleiner de gevoelsafstand tussen verteller en luisteraar is, hoe meer informatie er wordt uitgewisseld. De verhoudingen weergegeven door hartvormige ringen rond een kern. De buitenring bestaat uit organieke betrokkenheden. Deze worden bepaald door de sociale context van een gesprek en respecteren de afstand die de verteller wil bewaren.


De binnenring bestaat uit emotionele betrokkenheden. Deze overschrijden de sociale reserve en komen dichter bij de kern. In het midden, staat het hart, dat is het vertrekpunt voor innerviews. Deze binnenste betrokkenheden wijzen op de existentiële laag of zijns-laag waar dit onderzoek een toegang tot wil vinden. Het ‘©Innerview-model zorgt ervoor dat mensen vertrouwen hebben om lang verzwegen verhalen te vertellen. Het model zorgt er ook voor dat er oprecht naar wordt geluisterd. Op die manier kan, jaren na dato, alsnog het proces van genezing worden ingezet. Deels op eigen kracht maar evenzeer geholpen of op zijn minst gestimuleerd door de innerview methodiek. Mijn Indische achtergrond kwam hierbij goed van pas om de afstand als onderzoeker te verkleinen.

 

Het ©'Innerview-model' kan als bijdrage aan de wetenschap dienen

  • als leidraad voor kwalitatief onderzoek, met name als interview-model
  • als input voor verder wetenschappelijk onderzoek op het gebied van narratieve  methodologie en storytelling


MIJN VERHAAL

Mr. Jan Kees Wiebenga verwoordde dit als volgt tijdens een Indië herdenking:


"…als Nederlandse samenleving stilstaan bij de slachtoffers en de overledenen; om te rouwen over verloren gegane verwanten en bekenden;

en om de kleine en grote verhalen door te geven aan de volgende generaties."


‘Waar heeft hij het over?’, dacht ik bij mezelf. De rode draad door Wiebinga’s toespraak is het jarenlange zwijgen van de Indische gemeenschap.

Dat herkende ik. Ook mijn familie sprak nauwelijks over wat zij had meegemaakt. Daarop begonnen vragen te rijzen:


“Hebben zij hun verhalen wel verteld maar werden zij niet gehoord en begrepen?”

 

 “Zou het kunnen dat de gangbare interpretatie over de Nederlands-Indische geschiedenis in strijd is met de ervaringen van de Indische gemeenschap?” 

 

Het echte verhaal van de Indische Nederlanders, verdient het daarom om te worden verteld. Ik hoop dat dit proefschrift ertoe zal bijdragen. Ik vind het belangrijk dat er meer dan voldoende ruimte is voor mensen om het verhaal van hun leven en hun land te construeren, én dat verhaal te delen zodat er inzicht, begrip en verbinding kan ontstaan om daarmee stem te geven aan stille verhalen en gemarginaliseerde groepen.

 

RESPONDENTEN

In de Moesson, Het Indisch Maandblad, van juli/augustus 2021 staat het volgende geschreven:


“Al snel na het einde van de Tweede Wereldoorlog, kwam er een grote migratiestroom op gang vanuit de net uitgeroepen Republiek Indonesië naar Nederland. Totoks, witte Nederlanders, repatrieerden over het algemeen het eerst naar hun vaderland. In hun kielzog volgden vele Indo-Europeanen, Indo-Afrikanen, Peranakan Chinezen en – na het opheffen van het KNIL in 1950 – duizenden Molukkers. Nederland, zelf nog in puin na vijfjaar oorlog, zag de komst van al deze mensen uit de voormalige kolonie met lede ogen aan. Waar moest de regering hen onderbrengen? Er werden noodoplossingen bedacht. Zoals contractpensions, waar Indische mensen tegen betaling werden opgevangen, maar ook in lege hotels en pensions en voormalige concentratiekampen. De kosten voor opvang werden voorgeschoten door de Nederlandse overheid, maar iedere cent moest worden terugbetaald. Deze eerste opvangmogelijkheden bleken onhoudbaar. Vooral toen duidelijk werd dat Nederland de kolonie Nederlands-Indië definitief was verloren en de stroom ontheemden in de jaren ‘50 aanhield. Deze mensen hadden geen thuis meer en dus moest Nederland dat worden. Nederland, met een schrijnende woningnood als gevolg van de oorlog. Tevergeefs werd mede daarom geprobeerd Indo-Europeanen en andere Aziatische bevolkingsgroepen in Indonesië of in Nederlands Nieuw Guinea te houden.”


Een historische gebeurtenis speelt zich af in uiteenlopende lagen en wordt door betrokkenen op unieke wijze beleefd en geïnterpreteerd. Een gebeurtenis valt uiteen in een veelvoud van interpretaties. In het beste geval vullen deze lagen elkaar aan en bieden ze een rijker beeld van de omstandigheden. In het slechtste geval zijn ze met elkaar in tegenspraak en zorgen de verschillende lagen voor fricties en onbegrip. De buitenlaag van het gebeuren is datgene dat verstandelijk inzichtelijk kan worden gemaakt. Het is het aspect van gebeurtenissen dat zich makkelijk in woorden laat vangen, misschien zelfs meetbaar of makkelijk constateerbaar.


Voor overheden vormt deze buitenlaag vaak het uitgangspunt voor beleid. Dit expliciete, zichtbare en feitelijke aspect van gebeurtenissen en ervaringen leent zich misschien goed om beleidsacties op te enten, toch heeft het beperkingen. Slechts een deel van de processen spelen zich af aan de oppervlakte. Dieper inzicht omvat meer lagen van de gebeurtenis, die buiten beeld blijven bij een louter rationele benadering. Prof. Dijksterhuis stelt dat het onbewuste de belangrijkste rol speelt. Dat gaat over de binnenkant van een gebeuren, waar pijn, verlatenheid, vreugde en andere gevoelens worden ervaren door de betrokkenen. Wanneer zulke impliciete, interne aspecten onvoldoende plaats krijgen, kunnen ze spanningen veroorzaken in een samenleving. Dit soort maatschappelijke en sociaal psychologische problemen speelt zich niet alleen in Nederland af in de nasleep van de Bersiapperiode. Het is van alle tijden en van meerdere samenlevingen waarin verschillende bevolkingsgroepen integreren. Daarom heeft dit onderzoek ook een bredere ambitie: meer kennis krijgen van het mechanisme dat achter deze problematiek schuilt. Want juist door om te gaan met een pijnlijke geschiedenis en ook de onderliggende lagen door middel van verhalen naar boven te halen, kan het wederzijds begrip toenemen en de pijn worden verzacht.


VERHALEN INDISCHE NEDERLANDERS

Op de website van De Indische Kwestie staat het volgende:


“Voor de Indische gemeenschap is erkenning van én verontschuldiging voor de onbehoorlijke behandeling van de Nederlanders uit Nederlands-Indië door de opeenvolgende Nederlandse regeringen na de Tweede Wereldoorlog belangrijk.”


Het gaat over de verhalen van de Indische Nederlanders, die geleefd hebben tijdens en na de Japanse bezetting in het toenmalig Nederlands-Indië. Een gebeurtenis of periode in de geschiedenis wordt door verschillende groepen en individuen in de samenleving anders aangevoeld of beleefd.

 

WAT HEBBEN WE GELEERD

Op het eerste gezicht gaat het om een succesvolle integratie in de Nederlandse samenleving en dus een positieve aanpak en ervaring: bijna allemaal hebben ze hun plaats gevonden in hun nieuwe vaderland. Onderliggend is er echter heel wat anders gaande. Decennia na de feiten getuigden de respondenten van een grote bewogenheid tegenover dit thema. Ze voelden zich kil bejegend, onheus behandeld en onbegrepen, in de eerste plaats door de Nederlandse overheid.


Ook ging ik op zoek naar de houding en de onderliggende beweegredenen van de Nederlandse overheid in de Indische kwestie. Daaruit spreken twee dingen: ten 1e een paternalistische blik die een vertrouwen in de eigen aanpak uitdrukt en weinig tot geen ruimte laat voor weerwoord of kritiek; ten 2e een hardnekkige zakelijkheid of rationaliteit in het afhandelen van de Indische kwestie met daarbij in het geheel geen oog en oor voor al het leed.


Er wordt al ruim 70 jaar voorbijgegaan aan het leed van Indische Nederlanders. Die zakelijke, afstandelijke houding impliceert dat de overheid de pijn en trauma’s van Indische Nederlanders niet zag en niet ziet. Zo wordt dat door veel van de repatrianten ervaren. Wanneer ik de theorie van prof. De Blot toepas, wordt duidelijk dat de Indische Nederlanders zich uitdrukken in een primaire of gevoelstaal, terwijl de overheid een secundaire of rationele taal hanteert. Dit wordt gelijktijdig in conversaties gebruikt en daarom verstaat men elkaar niet.

 

Kijkend naar de actualiteit van vandaag zien we bijvoorbeeld de oorlogsvluchtelingen uit o.a. Syrië, Afghanistan en Iran. In plaats van hun ervaringen te verwerken, moeten zij zich verantwoorden, bewijzen en integreren. Staatssecretaris Asiel & Migratie, Van der Burg, geeft in een NOS-interview aan dat het kabinet probeert om Nederland zo onaantrekkelijk mogelijk te maken voor 'veiligelanders', asielzoekers met weinig kans op een verblijfsstatus. Hij stelt dat deze groepen het opvangsysteem belasten en sommigen overlast veroorzaken. De overheid hanteert de term ‘veiligelanders’ als zijnde rationele of secundaire taal. Daarmee wordt er nauwelijks of niet geluisterd naar hun gevoelens of naar wat zij hebben meegemaakt. In hoeverre heeft de Nederlandse regering hier oog en oor voor?

 

Ik ben dankbaar en blij dat ik hun verhaal mocht vertellen. Want, zonder hun verhaal is mijn verhaal niet compleet.


Dr. Lique Fredriksz


Foto's van de promotieplechtigheid zijn gemaakt door: Marieke Zwartscholten Fotografie

Wil je mij als spreker op een Event of een Meet & Greet?

Neem dan contact op met mij

Stem Geven Aan Stille Verhalen: Indische Nederlanders aan het woord die na WOII zijn gerepatrieerd vanuit Nederlands-Indië naar Nederland.


Voor het boek worden alleen de kosten in rekening gebracht.

Indische Nederlanders aan het woord
MEER INZICHT, BEGRIP & VERBINDING